De mededelingen die de vzw sinds haar oprichting publiceerde, van de staking van mei 2021 tot vandaag.
Verloning
Indexering van de barema's 2026 — 2,72 %
Artikel 1 van de collectieve overeenkomst van 19 mei 2021 voorziet in de jaarlijkse indexering van het basisloon. Voor 2026 bedraagt de index 2,72 %, van toepassing op 1 januari.
Minimum maandelijks brutobasisloon
Opleidingsjaar
2025
2026
Jaar 1
3 712,83 €
3 813,82 €
Jaar 2
3 832,13 €
3 936,36 €
Jaar 3
3 981,27 €
4 089,56 €
Jaar 4
4 130,41 €
4 242,76 €
Jaar 5
4 309,38 €
4 426,60 €
Jaar 6
4 488,35 €
4 610,44 €
Vergoedingen
Sinds de beslissing van de Paritaire Commissie van 21 december 2023 worden de vergoedingen van de artikelen 5 en 9 op dezelfde wijze geïndexeerd als het basisloon.
Wetenschappelijke publicatie over de registratie van de arbeidstijd
Het werk rond de registratie van de arbeidstijd is verschenen in het peer-reviewed tijdschrift Occupational Medicine (Oxford University Press, voor de Society of Occupational Medicine).
De studie combineert een nationale bevraging bij 257 Belgische zorgverleners met het testen van een gedecentraliseerde toepassing voor tijdsbeheer:
68 % is ontevreden over de systemen voor het tellen van overuren.
91 % toont interesse in een open, gedecentraliseerde oplossing.
De testfase bij 12 gebruikers levert een hoge tevredenheid op over de nauwkeurigheid en de onafhankelijkheid van het instrument (4,7/5); de administratieve last blijft het zwakke punt (3,7/5).
Dit werk documenteert wat de DeMeFF sinds 2021 verdedigt: zonder betrouwbare en onafhankelijke urenregistratie blijven de rechten van artsen in opleiding theoretisch.
Referentie. Barrit S, Abene S, de Froidmont A, André J, El Hadwe S, Al Barajraji M, Niset A. Decentralized worker-centred occupational management in health care: nationwide survey and alpha testing. Occupational Medicine 2025;75(1):42-49. doi:10.1093/occmed/kqae129
Artikel 1 van de collectieve overeenkomst van 19 mei 2021 voorziet in de jaarlijkse indexering van het basisloon. Voor 2025 bedraagt de index 3,22 %, van toepassing op 1 januari.
Minimum maandelijks brutobasisloon
Opleidingsjaar
2024
2025
Jaar 1
3 597,01 €
3 712,83 €
Jaar 2
3 712,59 €
3 832,13 €
Jaar 3
3 857,08 €
3 981,27 €
Jaar 4
4 001,57 €
4 130,41 €
Jaar 5
4 174,96 €
4 309,38 €
Jaar 6
4 348,35 €
4 488,35 €
Vergoedingen
Sinds de beslissing van de Paritaire Commissie van 21 december 2023 worden de vergoedingen van de artikelen 5 en 9 op dezelfde wijze geïndexeerd als het basisloon.
Er ontstond een verschil in interpretatie met het CCFFMG over de inhaalrust voor
gepresteerde feestdagen. Overeenkomstig artikel 11 van de Feestdagenwet heeft elke
werknemer — ook een arts in opleiding — recht op inhaalrust wanneer hij op een
feestdag heeft gewerkt. Die rust moet worden opgenomen binnen de zes weken na de
feestdag, en het gaat niet om een vervangingsfeestdag.
Het juridische advies dat wij bij ons advocatenkantoor hebben ingewonnen, bevestigt
dat onze interpretatie van de wetgeving strookt met de nationale en Europese
arbeidsnormen. Wij hebben het CCFFMG verzocht zijn standpunt te herzien en het
betrokken hoofdstuk in het vademecum aan te passen.
Artikel 1 van de collectieve overeenkomst van 19 mei 2021 bepaalt dat het maandelijkse basisloon van de arts-specialist in opleiding jaarlijks wordt geïndexeerd. Voor 2024 werd de index vastgelegd op 6,05 %, van toepassing vanaf 1 januari.
Minimum maandelijks brutobasisloon
Opleidingsjaar
2023
2024
Jaar 1
3 391,81 €
3 597,01 €
Jaar 2
3 500,80 €
3 712,59 €
Jaar 3
3 637,05 €
3 857,08 €
Jaar 4
3 773,30 €
4 001,57 €
Jaar 5
3 936,80 €
4 174,96 €
Jaar 6
4 100,30 €
4 348,35 €
De index werd eerst toegepast op de anciënniteitsverhoging, waaruit het minimale brutobedrag volgt — wat een miniem afrondingsverschil kan opleveren tegenover een berekening op het brutobedrag zelf.
Nieuw: ook de vergoedingen
Op 21 december 2023 besliste de Paritaire Commissie dat de vergoedingen van de artikelen 5 en 9 voortaan op dezelfde wijze als het basisloon worden geïndexeerd, bij de start van elk kalenderjaar.
Vruchtbare ontmoeting met de minister van Hoger Onderwijs
De DeMeFF kondigt met trots belangrijke vooruitgang aan na haar ontmoeting met
mevrouw Bertieaux, minister van Hoger Onderwijs in de Federatie Wallonië-Brussel.
Twee grote overwinningen: de opname van artsen in opleiding in de
verschillende erkenningscommissies en de belofte van de minister
om vóór het einde van haar mandaat een onafhankelijk beroepsorgaan op te
richten.
De minister onderstreepte ook het belang van een reflectie over de herwaardering
van de erkenningscommissies — een thema dat in haar « politiek testament » zal
worden opgenomen zodat het dossier bij de komst van haar opvolger opnieuw wordt
geopend. Dit engagement erkent de noodzaak van structurele veranderingen in het
medische opleidingssysteem.
Opleiding
Rechtsverhandeling: arbeidsvoorwaarden van de artsen in opleiding
Wij delen de masterproef rechten van Jean Lagneaux, student aan de UCLouvain:
« C'est ici que les Romains s'empoignèrent: het juridische kader van de
beperking van de arbeidstijd van assistent-artsen in België en de moeizame
toepassing ervan in de praktijk ».
Dit werk onderzoekt het juridische kader dat de beperking van de arbeidstijd
bepaalt, van de internationale en Europese normen tot de Belgische wetgeving, en
onderzoekt vervolgens de toepassing ervan in de dagelijkse praktijk van de
ziekenhuizen. Het steunt op veldgegevens en op getuigenissen van wie de realiteit
van het zorgsysteem dagelijks beleeft. Onze vereniging leverde steun door gegevens
en casussen te delen en gesprekken te faciliteren.
Wij stelden een volledig dossier op over de problemen rond de erkenningscommissies
in de Federatie Wallonië-Brussel, opgebouwd rond zes assen: administratieve sancties
(moratorium gevraagd tot herziening), verouderde erkenningscriteria die per
specialisme moeten worden herzien, standaardisering van de opleidingsprogramma's,
opname van de artsen in opleiding in de samenstelling van de commissies, oprichting
van een onafhankelijk beroepsorgaan, en overgang naar een elektronisch portfolio.
De ministers Bertieaux en Vandenbroucke werden geïnformeerd en hun teams werken
aan het dossier.
Opiniestuk — Ziekenhuizen onder invloed: tijd voor politieke moed
Elke week vraagt een bestuurder van een zorginstelling om overheidssteun — te vaak zonder duidelijke visie, zonder tastbare doelstellingen en zonder waarborg van transparantie.
Drie kerntaken raken daardoor verwaarloosd: de bevolking verzorgen, de volgende generaties zorgverleners opleiden, het onderzoek vooruithelpen. Zorgverleners gaan gebukt onder managementontsporingen die tot vertrek en tekorten leiden; de technologische middelen zijn duur en toch verouderd.
Sommige directies gebruiken het gebrek aan middelen om besparingen te rechtvaardigen die op de zorgverleners afgewenteld worden, en om meer overheidsgeld te vragen zonder voorafgaande analyse van de kosten van hun eigen structuren. Dat voedt een cultuur van ondoorzichtigheid, machtsconcentratie en belangenvermenging.
De DeMeFF roept op tot politieke moed: transparantie over het gebruik van overheidsmiddelen, bestuur los van partijlogica, en voorrang voor zorg, opleiding en onderzoek.
Een mobiele app om geïnformeerd en veilig te blijven: hulp bij noodgevallen,
actuele informatie over uw rechten, en toegang tot de essentiële dossiers en
documenten. De app was beschikbaar op iOS en Android.
Opmerking: de app wordt vandaag niet meer onderhouden.
Verloning
Cumulatie van de toeslagen: de collectieve overeenkomst gewijzigd
Tot dan kreeg een arts in opleiding die een nacht of een weekend presteerde in het kader van de opting-out slechts één toeslag: de verhogingen voor oncomfortabele uren en voor bijkomende uren werden als wederzijds uitsluitend behandeld.
Na twee jaar werk aan dit dossier verkreeg de DeMeFF van de minister van Werk de bevestiging dat beide toeslagen cumuleerbaar zijn. Dat werd voordien niet toegepast.
De draagwijdte gaat verder dan het geval zelf: de tekst van de collectieve overeenkomst werd aangepast om dit uitdrukkelijk vast te leggen. Wat een kwestie van interpretatie was, wordt een geschreven regel, tegenstelbaar aan alle werkgevers.
Persbericht
Persbericht — Ontmoeting met de minister van Werk over de herziening van de cao
De DeMeFF sprak met de heer Pierre-Yves Dermagne, minister van Werk, over de
collectieve arbeidsovereenkomst van mei 2021, aan de vooravond van de herziening
ervan. Vier kernpunten werden voorgelegd:
De nieuwe definitie van de opting-out-uren stemt niet overeen met de realiteit en
zal leiden tot een onderaangifte — en onderbetaling — van die uren; een concreet
voorstel voor de telling werd voorgelegd.
De toeslagen voor oncomfortabele uren (nacht, weekend, feestdagen) en die voor
opting-out-uren moeten worden gecumuleerd.
Alle werk dat tijdens oproepbare wachtdiensten wordt verricht — bijvoorbeeld het
telefonisch geven van advies — moet worden meegeteld in de arbeidstijd en vergoed.
De referentieperiode moet worden teruggebracht van 13 naar 4 weken.
Het kabinet van de minister verbond zich ertoe deze punten grondig te onderzoeken
met het oog op de herziening van de collectieve arbeidsovereenkomst.
Persbericht — Erkenningscommissies: ontmoeting met de minister van Onderwijs
De DeMeFF ontmoette mevrouw Valérie Glatigny, minister van Onderwijs, op 22 juni
2023. Tijdens dit overleg werden de administratieve sancties besproken die de
erkenningscommissies opleggen aan artsen in opleiding in de Federatie
Wallonië-Brussel, en werd de oprichting voorgesteld van een tussenliggende
beroepsinstantie voor artsen die het oneens zijn met de beslissingen van hun
commissie.
Na deze ontmoeting kondigde mevrouw Glatigny haar ontslag aan om
gezondheidsredenen. De DeMeFF betuigde haar volle steun. Wij vroegen een ontmoeting
aan met haar opvolger, mevrouw Françoise Bertieaux, om de aangevatte dialoog voort
te zetten.
Persbericht
Alarmerend rapport van de FOD Volksgezondheid over de begeleiding van artsen in opleiding
De FOD Volksgezondheid publiceerde een rapport over de begeleiding van de arts-specialisten in opleiding in België. De vaststellingen zijn hard:
9 op de 10 zeggen situaties tegen te komen die hun bekwaamheid te boven gaan, wat de patiëntveiligheid in gevaar brengt.
Ongeveer de helft vindt onvoldoende steun te krijgen voor de wachtdiensten: gebrekkig toezicht, te weinig middelen en voorbereiding.
De niet-naleving van de arbeidstijdwetgeving en het oneigenlijk gebruik van de opting-out — ondertekend door 86 %, met werkweken tot 72 uur — zijn systemisch.
Ondanks de wettelijke verplichting en de overheidsfinanciering van hun wetenschappelijke vorming zou meer dan de helft die niet genieten.
De artsen in opleiding worden tot persoonlijke en professionele offers gedwongen om organisatorische tekortkomingen op te vangen. De DeMeFF dringt bij de bevoegde overheden aan op dringende maatregelen.
Juridisch
Ingebrekestelling gericht aan de ziekenhuizen
De DeMeFF liet via haar raadsman een ingebrekestelling versturen naar ziekenhuisinstellingen waar de wetgeving over de telling en de betaling van de arbeidstijd niet werd nageleefd.
Twee tekortkomingen staan centraal:
De oproepbare wachtdiensten thuis. De arts in opleiding die de telefoon beantwoordt, advies geeft of zich verplaatst, verricht werk: die tijd moet worden geregistreerd en vergoed.
De telling van de arbeidstijd en de uitbetaling van de daaruit voortvloeiende toeslagen.
Als erkende representatieve beroepsvereniging kan de vzw in rechte optreden om de belangen van haar leden te verdedigen — deze stap illustreert dat.
Enquête « nieuwe titels in de chirurgie » — resultaten
Na de bevraging van de artsen in opleiding in de chirurgie over de creatie van
beroepstitels hebben wij de resultaten van deze enquête overhandigd aan de Hoge Raad
van Artsen-Specialisten en Huisartsen.
Een dossier van enkele pagina's met de belangrijkste informatie over zwangerschap
tijdens de specialisatie, opgesteld in samenwerking met CESI en COHEZIO, die wij
danken voor hun hulp en beschikbaarheid. Sommige informatie is een interpretatie
van wetteksten; dit document kan dus niet als wet worden beschouwd.
Vergadering van de Nationale Paritaire Commissie Artsen-Ziekenhuizen van
15 februari 2022. Drie belangrijke elementen kwamen naar voren.
1. Onwettigheid van de systematische aftrek van de middagpauze.
Een middagpauze mag enkel worden afgetrokken wanneer (1) zij structureel voorzien
is, (2) er een regeling bestaat zodat zij effectief kan worden genomen en (3) de
arts in opleiding tijdens die pauze niet ter beschikking van de werkgever staat —
niet telefonisch bereikbaar en buiten de dienst. In alle andere gevallen mag een
middagpauze niet van de arbeidstijd worden afgetrokken, ook al werd zij genomen.
De vertegenwoordigster van het Toezicht op de Sociale Wetten bevestigde deze
interpretatie.
2. Uitbetaling van de toeslagen. Volgens diezelfde
vertegenwoordigster zouden de toeslagen voor bijkomende uren (opting-out) de
volgende maand moeten worden uitbetaald en niet na 13 weken: de spreiding over
13 weken betreft enkel de duur van de arbeidstijd en niet de verloning ervan.
3. Vertegenwoordiging in de Paritaire Commissie. Overeenkomstig de
engagementen na de staking van mei 2021 krijgen de artsen in opleiding 4 zetels —
2 Franstalige, 2 Nederlandstalige — in de artsenbank, met stemrecht. Het totale
aantal leden wordt op 32 gebracht.
Onderhandelingen
Goedkeuring van het akkoord, FAQ en modelcontract
Het akkoord van de Nationale Paritaire Commissie Artsen-Ziekenhuizen werd op 9 juli 2021 goedgekeurd in de Ministerraad. Het RIZIV publiceerde tegelijk twee documenten: een FAQ met de interpretatie van de artikelen van het akkoord, en een modelcontract dat vanaf het volgende academiejaar in werking trad.
Deze teksten leggen het kader van de arbeidstijd vast: basisarbeidstijd, opting-out-uren, oncomfortabele uren, oproepbare wachtdiensten, voorlopig uurrooster en registratie door een onafhankelijke derde partij. De FAQ preciseert onder meer dat verlofperiodes « neutraal » moeten zijn in de berekening van de maximaal toegelaten arbeidsduur, en dat een middagpauze niet automatisch mag worden afgetrokken.
Het gaat om een vertrekpunt, niet om een eindpunt: verschillende thema's bleven hangen, en de DeMeFF zette het werk voort op de dossiers die zij ontoereikend achtte.
Verenigingsleven
Oprichtingsvergadering
Tien dagen na de staking van 20 mei komen de arts-specialisten in opleiding samen in een algemene vergadering. Deze bijeenkomst legt het mandaat van de Delegatie vast, haar werkingsregels en de manier waarop haar standpunten democratisch worden bepaald.
Uit dit kader ontstaat de vzw, opgericht om de beweging een duurzaam juridisch bestaan te geven.
Staking van de arts-specialisten in opleiding en geboorte van de Delegatie
De Délégation des Médecins Francophones en Formation ontstaat in de marge van de
staking van de arts-specialisten in opleiding van 20 mei 2021, in het kielzog van de
protestbewegingen die alle arts-specialisten in opleiding hebben doorkruist tijdens de
onderhandeling van het nieuwe contract dat hun activiteit en het onderwijs van hun
specialisme regelt. Zij zal zich vervolgens structureren als vzw.